Wanneer spreekt Amnesty van 'marteling en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing’?
Amnesty spreekt van marteling wanneer het gaat om een behandeling die erop gericht is iemand ernstige pijn toe te brengen of ernstig te doen lijden, zowel lichamelijk als geestelijk. Wat het onmiddellijke doel ook is, marteling vernedert het slachtoffer en ontmenselijkt de folteraar. Amnesty ijvert in alle gevallen voor stopzetting van marteling. Bij ‘wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing’ gaat het om elke ruwe behandeling die tot geestelijke of lichamelijke beschadiging kan leiden, of elke straf die bedoeld is om lijden te veroorzaken. Voorbeelden zijn opsluiting in een donkere of juist fel verlichte cel, het gebruik van handboeien of ketens, het stelselmatig toedienen van ‘medicijnen’ aan gezonde gevangenen en het opleggen van lijfstraffen, zoals geseling en amputatie.
